|
Onderstaand treft u de spelregels aan van drietal-, zestal- en
achttalhockey. De wedstrijden worden geleid door spelleiders. Naast
het fluiten geven zij vooral uitleg over de spelregels.
Spelregels drietalhockey
De spelregels van het
drietalhockey worden toegepast bij wedstrijden van de F-jeugd. In alle
districten wordt conform onderstaande regels gespeeld. Kinderen vanaf 7
jaar mogen competitie 3 tegen 3 spelen, maar laat kinderen pas
competitie spelen als ze op een veilige manier met stick, bal en
medespelers kunnen omgaan.
Speelveld
De afmetingen van een speelveld voor drietalhockey zijn 23 bij
23 meter, waarbij de zijlijnen gevormd worden door de achterlijn en de
23-meterlijn of de 23-meterlijn en de middenlijn van een normaal veld.
De doelen van partij A bevinden zich op de zijlijn. De doelen van partij
B bevinden zich daar tegenover, dicht bij het midden van het normale
veld. De speelrichting is dus in de breedte van het normale speelveld om
te voorkomen dat de bal regelmatig in andere veldjes rolt. Geadviseerd
wordt het meest egale speeloppervlak te gebruiken om op te spelen, dus
liever op kunstgras dan op gras.
Doelen
Doelen kunnen worden gemaakt van pylonen. Iedere partij heeft
twee doelen, zodat er dus in een speelveld vier doelen staan. De breedte
van elk doeltje is twee meter. Tussen het doeltje en de zijlijn is nog
ca. 4 meter ruimte.
5-meterlijn
Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 5-meterlijn in
plaats van een cirkel. Deze 5-meterlijn wordt aangegeven met pylonen. De
betekenis ervan wordt elders beschreven.
Bal
De bal die gebruikt wordt bij drietalhockey is een normale
hockeybal.
Teams
In het veld staan maximaal drie spelers, er zijn geen doelverdedigers.
Er mogen wisselspelers zijn. U kunt wisselen op elk moment dat het spel
stil ligt. Deze interchange regel geeft de begeleider van het team een
goede mogelijkheid om iedereen evenveel te laten spelen en kinderen te
laten uitrusten als dit nodig is.
Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 15 minuten, de F-teams spelen 2 x 15 minuten met een
korte rust van maximaal 5 minuten. Omdat een F-hockeyteam uit minimaal
zes spelers bestaat, waaruit u dus twee teams kunt vormen, worden er
tegelijkertijd twee wedstrijden naast elkaar gespeeld. Team 1 van partij
A tegen team 1 van partij B (1A-1B) en team 2 van partij A tegen team 2
van partij B (2A-2B). Na deze wedstrijd wisselen de teams. De
wedstrijdjes zijn dan: 1A-2B en 1B-2A. Er worden dus twee wedstrijdjes
van 30 minuten gespeeld. Bij koud en regenachtig weer en/of bij groot
niveauverschil tussen de twee teams is het mogelijk iets korter te
spelen. Dit om de spelvreugde te behouden.
Toss
Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de
toss kiest voor beginslag of speelrichting.
Algemene spelregels
drietalhockey
Het spelen van de bal
Alleen met de platte kant van de stick door middel van
een push, schuifslag of veilige flats (de stick mag hierbij in de
achterzwaai niet los zijn van de grond en in de voorzwaai niet hoger
komen dan de knieën).
Begin of hervatting van
het spel
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
- door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft
gekozen of 'gekregen'
- na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is
gemaakt.
Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder
gelden de regels van een vrije slag.
Gevaarlijk en ruw spel
Gevaarlijk en ruw spel is altijd verboden. Hieronder valt:
- gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- hoge bal, waaronder 'snijden'
- hakken op de stick tijdens een duel
- aanvallen van links, als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen,
laten struikelen, blokkeren met het lichaam
- ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan
- de bal opzettelijk tegen een andere speler aanspelen
Afhouden
Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze
(hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf
(afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect
afhouden) zijn.
Bal tegen het lichaam ('shoot')
Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te
stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt
alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit
ontstaat.
Vrije slag
Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door
een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal
moet stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de
vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter
van de bal zijn. Degene die de vrije slag genomen heeft, mag de
bal daarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft
aangeraakt. Als de overtreding binnen het 5-metergebied plaatsvond, moet
de vrije slag buiten het 5-metergebied worden genomen, zo dicht mogelijk
bij de plaats van de overtreding.
Doelpunt
Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert en binnen
het 5-metergebied is aangeraakt door een aanvaller. Als binnen het
5-meter gebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en
daarna via de stick of het lichaam van een verdediger de doellijn
passeert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.
Bal over de
achterlijn, zonder doelpunt
- Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op de
5-meterlijn, loodrecht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn
ging.
- Door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een
lange corner toegekend.
Bal over de zijlijn
Inslag op de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door
een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt
voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende
partij een inslag neemt binnen het 5-metergebied, moet de bal opnieuw
binnen het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden
geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden
verder de regels van de vrije slag.
Straffen
- Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen het
5-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij,
te nemen op de 5-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de
overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen
het 5-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt,
alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.
- Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 5-metergebied: een
vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de
5-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
- Bij een overtreding buiten het 5-metergebied: een vrije slag wordt
toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de
plaats van die overtreding.
Lange corner
Inslaan door een aanvaller op de kruising van de 5-meterlijn en
de zijlijn, aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn
ging. Na het nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het
5-metergebied door de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens
een doelpunt kan worden gemaakt. Alle spelers van de tegenpartij
moeten minimaal 5 meter afstand nemen van de bal.
Time Out
Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams de gelegenheid
te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra aanwijzingen te geven,
zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen. Een time
out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden. Ook
een begeleider van een team kan een time out aanvragen, echter maximaal
één per wedstrijd.
Spelleiding
Doordat het speelveld klein is en het spelersaantal gering kan
één spelleider aanwezig zijn in het veld. De spelleider
is geen scheidsrechter! De spelleider dient de sfeer waarin
de partijtjes gespeeld worden aan te voelen en goed op de hoogte
te zijn van de spelregels voor het drietalhockey zodat de kinderen
telkens uitleg kunnen krijgen. Het verdient aanbeveling om per team
een vaste spelleider te benoemen die alle thuiswedstrijden van dat
team leidt. Deze spelleider krijgt op deze manier ervaring in deze
specifieke manier van leiden, leert zo het spelniveau van de
kinderen kennen en groeit als het ware met het spel mee.

Spelregels zestalhockey
De spelregels van het zestalhockey
worden toegepast bij wedstrijden van de E-jeugd. In alle districten
wordt conform onderstaande regels gespeeld. Afhankelijk van het
niveau(verschil) kunnen spelleiders en coaches aanpassingen in het
reglement aanbrengen. Vóór de wedstrijd dienen hier
duidelijke afspraken over gemaakt te worden tussen beide partijen.
Denk eraan dat het spelplezier voorop staat.
Speelveld
In de meeste gevallen zal men gebruik moeten maken van bestaande velden.
Geadviseerd wordt een kwart veld te gebruiken, waarbij de zijlijnen als
achterlijnen fungeren en de middenlijn en een 23-meterlijn of de
23-meterlijn en een achterlijn als zijlijn. Een tweede mogelijkheid is
het uitzetten van een specifiek zestalhockeyveld van 23 x 55 m. Het
speeloppervlak kan kunstgras of gras zijn. Gebruik het veld met het
meest egale oppervlak, in de meeste gevallen is dat kunstgras.
Doelen
Doelen kunnen worden gemaakt van pylonen. De voorkeur gaat echter
uit naar een achterplank met zijschotten (mini-doel), ook de E-jeugd
hóórt het doelpunt graag. Iedere partij heeft één
doel, de breedte van het doel is 3.66 meter (de normale breedte
van een doel). Het doel wordt in het midden van de 'achterlijn'
geplaatst.
10-meterlijn
Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 10-meterlijn
in plaats van een cirkel. Deze 10-meterlijn wordt aangegeven met
pylonen. De betekenis ervan wordt elders beschreven.
Bal
Er wordt gespeeld met een normale hockeybal.
Teams
Een team bestaat uit maximaal vijf veldspelers en één
doelverdediger. Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger
behoren een helm, legguards en klompen. Spelers mogen altijd wisselen,
mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de medespeler het veld
heeft verlaten. Voor de coach is deze 'interchange regel' een goede
mogelijkheid om alle spelers evenveel te laten spelen. Ook
geeft deze regel de gelegenheid tot het behandelen van kleine
blessures.
Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2 x 25 minuten met een pauze van circa 5
minuten. Het wordt dringend aanbevolen om na afloop van de wedstrijd met
beide ploegen een nabespreking te houden.
Toss
Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de
toss kiest voor beginslag of speelrichting.
Algemene spelregels
zestalhockey
Het spelen van de bal
- Door veldspelers alleen met de platte kant van de stick. Als kinderen
de backhand flats gecontroleerd kunnen uitvoeren mag deze toegepast
worden. Hierbij wordt de zijkant van de stick gebruikt om de bal te
spelen
- Door doelverdedigers alleen met de platte kant van de stick.
Binnen het 10-metergebied mag de doelverdediger de bal stoppen met het
lichaam en wegschoppen (mits ongevaarlijk!)
Begin of hervatting van
het spel
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
- door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft
gekozen of 'gekregen'
- na de rust door een speler van het andere team
- na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is
gemaakt.
Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder
gelden de regels van een vrije slag.
Gevaarlijk en ruw spel
Gevaarlijk en ruw spel is altijd verboden. Hieronder valt:
- gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- hoge bal, waaronder 'snijden'
- hakken op de stick tijdens een duel
- aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen,
laten struikelen, blokkeren met het lichaam
- ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan
- de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen
Afhouden
Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze
(hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf
(afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect
afhouden) zijn.
Bal tegen het lichaam ('shoot')
Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te
stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt
alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit
ontstaat.
Vrije slag
Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door
een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal
moet stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de
vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter
van de bal zijn. Binnen het 10-metergebied moeten de spelers van beide
partijen 5 meter afstand van de bal nemen. Degene die de vrije slag
genomen heeft, mag de bal daarna pas weer spelen als eerst een andere
speler de bal heeft aangeraakt.
Doelpunt
Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert en binnen
het 10-metergebied is aangeraakt door een aanvaller. De bal mag hierbij
niet hoger komen dan 46 cm. (plankhoogte). Als binnen het 10-metergebied
de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de
stick of het lichaam van een verdediger de doellijn passeert, is er
eveneens een doelpunt gemaakt.
Bal over de achterlijn,
zonder doelpunt
- Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op
de 10-meterlijn, loodrecht tegenover het punt waar de bal over de
achterlijn ging.
- Door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een
lange corner toegekend.
Bal over de zijlijn
Inslag op de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door
een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt
voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende
partij een inslag neemt binnen het 10-metergebied, moet de bal opnieuw
binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden
geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden
verder de regels van de vrije slag.
Straffen
- Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen
het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende
partij, te nemen op de 10-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats
van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw
binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden
geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.
- Bij een opzettelijke overtreding van een verdediger binnen het
10-metergebied: indien heel duidelijk een doelpunt wordt voorkomen door
een opzettelijke overtreding, wordt een strafbal toegekend aan de
aanvallende partij, te nemen op 6,4 meter midden voor het doel. Indien
niet een doelpunt wordt voorkomen, wordt een vrije slag toegekend aan de
aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn midden voor het doel.
- Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 10-metergebied: een
vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de
10-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding.
- Bij een overtreding buiten het 10-metergebied: een vrije slag wordt
toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de
plaats van die overtreding.
Lange corner
Inslaan door een aanvaller op de zijlijn op 5 meter afstand van de hoek,
aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Na het
nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door
de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan
worden gemaakt. Spelers van beide partijen moeten minimaal 5 meter
afstand nemen van de bal.
Strafbal
Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team
op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het
doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller
moet achter de bal gaan staan. Hij mag de bal verplaatsen door middel
van een push of een schuifslag, maar pas nadat de spelleider daartoe
met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller mag de
bal één keer raken en mag daarbij één
pas naar voren doen. Er mag geen schijnbeweging gemaakt worden. De
bal mag ook niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) gespeeld worden.
De doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas
zijn voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft.
De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal achter
de 10-meterlijn buiten het 10-metergebied zijn.
Een doelpunt is gemaakt als:
- de bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm.)
Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
- de aanvaller een overtreding begaat
- de bal buiten het 10-metergebied komt, maar niet in het doel belandt
- de bal in het 10-metergebied stil komt te liggen
Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de
verdedigende partij hervat met een vrije slag op de 10-meterlijn.
Time out
Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams
de gelegenheid te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra aanwijzingen
te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan verlopen.
Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider gegeven worden.
Ook een begeleider van een team kan een time out aanvragen, echter
maximaal één per wedstrijd.
Spelleiding
Doordat het speelveld klein is en het spelersaantal gering kan
één spelleider aanwezig zijn in het veld. De spelleider
is geen scheidsrechter! De spelleider dient de sfeer waarin de partijtjes
gespeeld worden aan te voelen en goed op de hoogte te zijn van de
spelregels voor het zestalhockey zodat de kinderen telkens uitleg
kunnen krijgen. Het verdient aanbeveling om per team een vaste spelleider
te benoemen die alle thuiswedstrijden van dat team leidt. Deze spelleider
krijgt op deze manier ervaring in deze specifieke manier van leiden,
leert zo het spelniveau van de kinderen kennen en groeit als het
ware met het spel mee.
Spelregels
achttalhockey
De spelregels van het
achttalhockey worden toegepast bij wedstrijden van 8E of 8D jeugd. In
alle districten wordt conform onderstaande regels gespeeld.
Speelveld
Er wordt gespeeld op een half veld van zijlijn naar zijlijn tussen
middenlijn en achterlijn.
Doelen
In het midden van elke achterlijn (zie tekening) staat een doel dat bij
voorkeur bestaat uit een achterplank met zijschotten (mini-doel). Het
doel is 3,66 meter breed. Indien er geen doelen beschikbaar zijn kan het
doel worden aangegeven met pylonen.
Doelgebied / Cirkel
Er wordt gespeeld met een doelgebied. Dit is een rechthoekig gebied van
15x30 meter (zie tekening). Het doelgebied wordt aangegeven met pylonen
op de zijlijnen en op de achterlijn. Als de vereniging beschikt over een
veld met twee (oefen)cirkels in de breedte-richting van het veld dan is
het doelgebied de cirkel.
Bal
Er wordt gespeeld met een gewone veldhockeybal.
Teams
Een team bestaat uit maximaal zeven veldspelers en één
doelverdediger. Tot de verplichte uitrusting van de doelverdediger
behoren een helm, legguards en klompen. Spelers mogen altijd wisselen,
mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de medespeler het veld
heeft verlaten. Voor de coach is deze 'interchange regel' een goede
mogelijkheid om alle spelers evenveel te laten spelen. Ook
geeft deze regel de gelegenheid tot het behandelen van kleine
blessures.
Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2 x 30 minuten. Tussen de twee helften is een rust
van ± 5 minuten.
Toss
Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar
van de toss kiest voor beginslag of speelrichting.
Algemene spelregels
achttalhockey
Het spelen van de bal
- Door veldspelers alleen met de platte kant van de stick. Als kinderen
de backhand flats gecontroleerd kunnen uitvoeren mag deze toegepast
worden. Hierbij wordt de zijkant van de stick gebruikt om de bal te
spelen.
- Door doelverdedigers alleen met de platte kant van de stick.
Binnen het doelgebied mag de doelverdediger de bal stoppen met het
lichaam en wegschoppen (mits ongevaarlijk!)
Begin of hervatting van
het spel
De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
- door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft
gekozen of 'gekregen'
- na de rust door een speler van het andere team
- na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is
gemaakt.
Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder
gelden de regels van een vrije slag.
Gevaarlijk en ruw spel
Gevaarlijk en ruw spel is altijd verboden. Hieronder valt:
- gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- hoge bal als deze ongecontroleerd wordt gespeeld ('snijden')
- hakken op de stick tijdens een duel
- aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen,
laten struikelen, blokkeren met het lichaam
- de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen
Afhouden
Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze
(hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf
(afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect
afhouden) zijn.
Bal tegen het lichaam ('shoot')
Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te
stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt
alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit
ontstaat.
Vrije slag
Een vrije slag wordt genomen in de buurt van de overtreding, door een
speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moet
bij de vrije slag stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het
nemen van de vrije slag moeten de spelers van de andere partij op
minimaal 5 meter van de bal zijn. Binnen het doelgebied moeten de
spelers van beide partijen 5 meter afstand van de bal nemen. Degene die
de vrije slag genomen heeft, mag de bal daarna pas weer spelen als eerst
een andere speler de bal heeft aangeraakt
Doelpunt
Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert en
binnen het doelgebied is aangeraakt door een aanvaller. De bal mag
hierbij niet hoger komen dan 46 cm. (plankhoogte). Als binnen het
doelgebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna
via de stick of het lichaam van een verdediger de doellijn passeert, is
er eveneens een doelpunt gemaakt.
Bal over de achterlijn,
zonder doelpunt
Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op
een plaats recht tegenover de plek waar de bal over de achterlijn ging
en niet meer dan 15 meter van die lijn.
Door een verdediger onopzettelijk over de achterlijn gespeeld vanaf een
punt vanaf het gehele veld: aan de aanvallende partij wordt een lange
corner toegekend.
Door een verdediger opzettelijk over de achterlijn gespeeld vanaf een
punt binnen de eigen helft: aan de aanvallende partij wordt een
strafcorner toegekend.
Bal over de zijlijn
Inslag op de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door
een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt
voor hij over de zijlijn ging. Voor de inslag gelden verder de regels
van de vrije slag.
Straffen
- Bij een overtreding van een verdediger binnen het doelgebied: een
strafcorner wordt aan de aanvallende partij toegekend
- Bij een overtreding door een verdediger binnen het doelgebied waardoor
duidelijk een doelpunt wordt voorkomen: een strafbal wordt aan de
aanvallende partij toegekend
- Bij een overtreding van een aanvaller binnen het doelgebied: een vrije
slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de
15-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding
- Bij een overtreding buiten de doelgebieden: een vrije slag wordt
toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft begaan.
Als er met een cirkel wordt gespeeld gelden hiervoor de bepalingen voor
het doelgebied.
Lange corner
Inslaan door een aanvaller op de zijlijn op 5 meter vanaf de hoek, aan
die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Spelers van
beide partijen moeten minimaal 5 meter afstand nemen van de bal.
Strafcorner
Een strafcorner is een vrije slag welke genomen wordt vanaf de
achterlijn (op minimaal 10 meter afstand van het doel) door een speler
van de aanvallende partij.
Als de strafcorner genomen gaat worden, mogen maximaal 5 spelers
(inclusief de doelverdediger) van de verdedigende partij achter hun
eigen achterlijn/doellijn staan. Zij moeten met hun sticks en voeten
achter de lijn staan en moeten minimaal 5 m. afstand nemen van de bal.
De overige spelers van de verdedigende partij moeten zich achter de
15-meterlijn opstellen op de andere helft van het veld. De spelers van
de aanvallende partij stellen zich op in het veld, buiten het
doelgebied. Pas op het moment dat de strafcorner genomen is, mogen zowel
de verdedigers als de aanvallers in het doelgebied komen. Voordat de bal
op het doel geslagen mag worden, moet deze eerst buiten het doelgebied
geweest zijn. De bal mag bij de doelpoging niet hoger komen dan
plankhoogte (46 cm.).
Strafbal
Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team
op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het
doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller
moet achter de bal gaan staan. Hij mag de bal verplaatsen door middel
van een push of een schuifslag, maar pas nadat de spelleider
daartoe met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller
mag de bal één keer raken en mag daarbij één
pas naar voren doen. Er mag geen schijnbeweging gemaakt worden. De
bal mag niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) gespeeld worden. De
doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas zijn
voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft. De
overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal buiten
het doelgebied zijn.
Een doelpunt is gemaakt als:
- de bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm.)
Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
- de aanvaller een overtreding begaat
- de bal buiten het doelgebied komt, maar niet in het doel belandt
- de bal in het doelgebied stil komt te liggen
Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de
verdedigende partij hervat met een vrije slag op de rand van het
doelgebied.
Time out
Een time out heeft tot doel de begeleiders van beide teams
de gelegenheid te geven de spelers te 'hergroeperen' en extra
aanwijzingen te geven, zodat het spel voor beide partijen beter kan
verlopen. Een time out kan op eigen initiatief van de spelleider
gegeven worden. Ook een begeleider van een team kan een time out
aanvragen, echter maximaal één per wedstrijd.
Spelleiding
Evenals het zestalhockey is het achttalhockey een SPEEL-LEER-PERIODE
op weg naar elftalhockey. Ook hier spreken wij dus nog steeds over
SPELLEIDERS en niet over scheidsrechters. Nu het speelveld groter
is en het spel sneller wordt gespeeld zal één spelleider
niet in staat zijn het spel alleen te leiden. De wedstrijd wordt
dan ook geleid door twee spelleiders; van iedere partij één.
De spelleider is, evenals bij het zestalhockey, iemand die in staat
is beide partijen op een veilige, leerzame en plezierige manier
samen te laten spelen.
 |